Ras

Nieuw-Zeeland – dat is ver weg. Producten die van daar hun weg naar ons toe vinden, moeten wel van uitzonderlijke kwaliteit zijn. Zoals het hertenvlees, dat mals, vetarm, en karaktervol is zonder penetrant te zijn. Het voldoet aan alle eisen van Europese topkoks.
- Bernd Matthies, foodjournalist en criticus

Hertenvlees uit Nieuw-Zeeland – een natuurlijk premiumprodukt

Oorspronkelijk door de Britse immigranten ingevoerd voor de jacht, ontwikkelde het rode wild zich in de jaren 70 tot een gevraagd exportprodukt naar Europa, Azië en de USA. De dieren vermeerderden zich, onder de ideale leefomstandigheden zonder natuurlijke vijanden, zo snel dat ze al spoedig een regelrechte plaag werden.

 

 Vanwege de immense schade die het wild aan gewassen aanrichtte, werd het afschieten van roodwild vrijgegeven. Ze werden systematisch gejaagd en met succes geëxporteerd. Hieruit ontwikkelde zich het idee, om voor de buitenlandse markt  herten langdurig op houderijen te fokken. Vandaag de dag zijn in Nieuw-Zeeland op goed 4 miljoen inwoners bijna 1 miljoen herten.

 

Damherten, roodherten en Noord-Amerikaanse herten (Wapiti) worden al 40 jaar op de eilanden in de Stille Oceaan gedomesticeerd en op uitgestrekte houderijen gefokt, waarbij de roodherten het grootste aandeel in de export hebben.

 

Het vlees heeft een milde, constante hoge kwaliteit, die ten eerste wordt gegarandeerd omdat de dieren niet worden gejaagd en de mannetjes in de testosteronrijke bronstijd met rust worden gelaten. Ten tweede worden de dieren pas vanaf één tot twee jaar, wanneer ze hun ideale gewicht hebben bereikt en het bindweefsel nog jong en elastisch is, geslacht. Na de slachting wordt Nieuw-Zeelands hertenvlees direct vacuüm verpakt en gekoeld. Het van nature malse vlees heeft geen lang rijpingsproces nodig. Na de verwerking beland het op de CO²-arme zeeweg naar de importlanden.